EXPOSITIE IEDEREEN MAG ER ZIJN

Wie ben je? Voor welke overtuigingen sta je? Wat zijn je dromen? Of je zorgen? In een serie portretten laten mensen uit de LHBTQ+ gemeenschap zich zien. Ook betrokkenen komen aan het woord. Makers van deze reeks zijn fotograaf Karin Jonkers en journalist Eric Alink.

TUCHT, TOEZICHT EN HERENLIEFDE

Albert van de Sande-Eysink Smeets [58] | docent mbo | Den Bosch

Homoseksualiteit? Thuis beperkte het roze zich tot de koeken in de vitrine – hij groeide op in een Tilburgs bakkersgezin. Maar Albert van de Sande-Eysink Smeets keek verder dan de toonbank. Met succes.

Vijftien was Albert. In een Tilburgs badhokje leerde een man hem parels duiken. Tussen zijn benen schelpte de lust. “Het was vrijwillig, zonder kwaadwillendheid”, herinnert Albert zich. Bij die gelegenheid leerde hij ook een authentiek Tilburgs woord: “Tift. Klinkt dat als een merk schoonmaakmiddel? Nou nee. Het betekent speeksel of sperma.”

Op zijn achttiende ging hij met Romy samenwonen. Ja, een vrouw. “Huisje-boompje-beestje, overzichtelijk.” Vijf jaar deelden ze lief en leed, maar lust een tikje minder. Toen ontmoette hij Patricia, met wie hij twee jaar een vrolijke en vooral vriendschappelijke relatie had. “Seks speelde geen rol. Wel voelde ik dat ik mezelf voor de gek hield. Achteraf bezien was het een overgangsfase.”

Alkmaar
Het scharnier in zijn leven is 29 juni 1991. Geen saaie zaterdag: op Soestdijk viert Prins Anjer zijn tachtigste verjaardag. In het gerechtelijk mortuarium van Amsterdam knoopt een lijkschouwer een naamkaartje aan de grote teen van Klaas Bruinsma. En in de Top-40 staat Chrystal Waters met het klammeliezenliedje ‘Gypsy Woman (La da Dee La Da Da).’ Maar meest opzienbarend die dag is een ontmoeting in Alkmaar: Albert en Marc zien elkaar op Roze Zaterdag voor het eerst. Tussen nuffige nichten, trendy travo’s en roze rimpels raken ze verliefd. Een kwart eeuw later zullen ze zelfs trouwen. Al die jaren werkt Albert in de zorg en het onderwijs. Twee domeinen waarin hij zijn homoseksualiteit nooit heeft weggemoffeld. “In beide sectoren gaat het om empathisch vermogen. Verdraagzaamheid heeft veel te maken met jezelf in een ander kunnen inleven.” Wel leerde hij situaties inschatten: “Lange tijd werkte ik in de forensische psychiatrie. Het team wist dat ik homo was. De patiënten vertelde ik het niet, uit angst voor onberekenbare reacties. Het maakt uit met wie je van doen hebt.”

Orde en Veiligheid
Sinds dertien jaar werkt hij op het Koning Willem I College in Den Bosch. Aanvankelijk als docent verpleegkunde: “Studenten die LHBTQ’er waren, leerde ik onder meer dat hun geaardheid nooit afbreuk aan hun professionaliteit mag doen. Ga je op roze hakken naar je stage? Ga je vrijmoedig op een bed zitten – wat het huis van de patiënt is? Professionaliteit betekent grenzen bewaken.”

Sinds 2012 is hij docent Sociale Vaardigheden en Mentale weerbaarheid. “We hebben zo’n vijfhonderd studenten die we opleiden tot militair, politieagent/handhaver of beveiliger.” Zelf moest Albert vroeger weinig van geüniformeerde gezagsdragers hebben. Met lach: “Maar je wordt ouder, trekt lering uit conflicten en vindt meer rust bij jezelf. Mijn respect voor autoriteiten was vroeger rapportcijfer vier. Nu een acht.”

Grappen
De wereld van law, order and defense is groen en blauw, amper roze. Maar Albert bekent voortdurend kleur. “Hoe stoer ze ook kunnen doen: ik wil ze leren dat ik niet anders ben. Ik ga niet op eieren lopen. Natuurlijk maken ze grappen over homo’s en toespelingen. Maar ik weet zeker dat ze voor me in de bres springen als het nodig is. Dat telt.”

Hij pakt z’n iPhone. Zoekt een tv-fragment van ‘Monitor’ [NCRV], over de kloof tussen culturen in Nederland. Drie Bossche studenten nemen aan het studiodebat deel. Vraag van de presentator aan een van hen: “Ben jij tegen homo’s?” De student onthutst: “Nee joh! M’n mentor is zelf homo!” Einde fragment. Albert zwijgt. In z’n gezicht groeft trots. Die mentor, dat is hij.

DE Q VAN QUEER? NEE, VAN MEER.

Bas Burki [35] | innovatiemanager bakkersbranche | Empel [Den Bosch]

Verlangen lijkt op deeg. Het gist, het rijst. Want het wil zich uitdrukken. Kwestie van geduld, weet Bas Burki [35]. Sinds februari 2013 is hij de trotse vader van Q., zijn prachtige dochter uit Philadelphia.

Bas verdient zijn brood in de wereld van mik en gebak. Dat vak leerde hij in Wageningen. Lachend: “Misschien ben ik wel een reïncarnatie van m’n vaders opa. Die was banketbakker, in Nijmegen.” Als oud-bestuurslid van het Nederlands Patisserie Team is Bas ook kenner van taarten. Toch liet hij op een van de vrolijkste dagen in zijn leven – 17 maart 2013 – de gebaksvorkjes in de la liggen. Hij was te moe, te vol van alles. Die dag kwam hij met zijn vriend René en hun dochtertje thuis in Empel. De eindbestemming van een lange reis. Niet alleen in kilometers, ook emotioneel. Maandenlang hadden ze ernaar uitgekeken: samen vader worden.

Misselijk
Een hink-stap-sprong terug in de tijd. Het is 1999.
Bas moet op voor zijn rijexamen. Maar hij zakt. Oorzaak: verstrooide geest, knagend geweten. De avond ervoor heeft hij een ontmoetingsbijeenkomst van homojongeren in Nijmegen bezocht. Tegen zijn ouders, bij wie hij in de weekeinden logeert, heeft hij gezegd dat hij voor extra rijles op pad is geweest. “Ik was er echt misselijk van dat ik tegen m’n ouders had gelogen. Dat ik op jongens viel, had ik alleen nog aan m’n zus en een vrijzinnige oom verteld.” Al snel eindigt de beklemming: Bas komt uit de kast. Zijn vader en moeder reageren goedhartig.

Amerika
Zijn eerste liefde is een man die hij via internet leert kennen. Maar het houdt geen stand. Later zal hij René ontmoeten, zijn huidige partner. Al snel spreken beiden een vaderwens uit. Van de drie opties – pleegouderschap, co-ouderschap en adoptie – heeft de laatste hun voorkeur. Ze belanden in een mallemolen van procedures. Bas en René voeren gesprekken met Stichting Adoptievoorziening, ondergaan een gezondheidsonderzoek en een screening van de Kinderbescherming. Ook dienen ze werkgeversverklaringen te overleggen. Na groen licht begint het wachten op goed nieuws uit Amerika, waar hun adoptiekind vandaan zal komen. “In enkele staten, waaronder Pennsylvania, is adoptie aan een homo-paar mogelijk. Uiteindelijk kwam het verlossende woord. Er was een moeder die nog van haar kind moest bevallen. Haar sociale situatie was zo moeilijk dat ze besloot afstand van haar kind te doen. Tijdens haar zwangerschap wilde ze zelfs met ons skypen. Na duidelijke afspraken heeft dat bijzondere gesprek ook plaatsgevonden.”

Vlag
Tijdens de bevalling in Philadelphia waren Bas en René in dezelfde stad. Op gepaste afstand, maar diep betrokken. Enkele uren na de geboorte kregen Bas en René een foto van hun meisje. Na twee weken kregen ze haar in hun armen. In totaal verbleven ze drie weken in de States. Toen keerden ze weer oostwaarts met Q. – omwille van privacy en afspraken met betrokkenen in de VS wordt in dit verhaal met haar beginletter volstaan. Hun dochter is nu vier. Op de kleuterschool maakt ze plak- en tekenwerkjes voor Moederdag, die netjes per post naar Philadelphia gaan. “We hebben haar verteld dat mama in Amerika woont en niet goed voor haar kan zorgen. Dat wij dat mogen doen.” Of dochterlief haar ooit zal zien, is koffiedik kijken. Het is een open adoptie, waarbij het initiatief voor contact of een ontmoeting bij de moeder ligt.

Q. is op 10 februari jarig. Een dag voor slagroomgebak. Op die dag wappert ook de Amerikaanse vlag aan hun huis. Stars and stripes voor hun dochter: “Opdat we nooit zullen vergeten waar ze vandaan komt.”

HET BRUINE CAFÉ IS OOK ROZE

Bert Henkelman [58] | eigenaar café De Paternoster | Den Bosch

De put op de Bossche Markt staat al jaren droog. Geen nood: wie zich wil laven, kan dat volop in de omliggende cafés doen. Bekendste roze plek? De Paternoster. Gesprek met Bert Henkelman.

Een saai café is het nooit geweest. Aan de toog vind je zowel togadragers als marktkooplui Motto: dorst stijgt uit boven rangen en standen. Ook het Festival van het Levenslied vindt hier zijn oorsprong. Eigenaar is Bert Henkelman, een man met het postuur van een linnenkast XL. Al vóór zijn horecaleven kwam hem dat van pas. Zestien jaar lang was hij officier bij het Korps Mariniers. Extra verdienste: hij is berg- en koudweerspecialist. De Matterhorn en de Eiger kent Bert niet alleen van ansichtkaarten. Hij beklom ze ook.

Jurk
In 1996 nam hij het café over van schoonmoeder Blom, bij wie hij al zes jaar werkte. Nu runt hij de zaak met zijn vrouw Nicole. Favoriete muziekgenre? Het levenslied. “Dat dank ik aan de elpee ‘Zo zingt de Jordaan’ van ons oma. Tante Leen, Zwarte Riek: geweldige muziek.” Zelf schuwt hij vocale uitbarstingen niet. Drie geleden verraste hij tijdens ‘Musicals in Concert’ met ‘Ik ben wat ik ben’. In jurk.

Zijn sympathie voor roze Nederland is terug te voeren op zijn jaren bij het keurkorps. Enerzijds is de heren- en damesliefde nog niet ingeburgerd op de stormbaan. Voor de LHBTQ-gemeenschap blijft het leger een moeizame omgeving. Anderzijds is respect diep ingeslepen bij mariniers, zegt Bert: “Je kijkt naar wie er voor je staat, of iemand karakter heeft. Dat telt.”

Pretty & Pink
Hij gelooft in de heilige drie-eenheid horeca, winkels en warenmarkt. Maar soms kan extra levendigheid in de binnenstad geen kwaad. In dat besef ontwikkelde Bert samen met de gemeente een plan om de zieltogende kermis adem in te blazen. Met succes: het programma dat de jaarlijkse kermis voortaan omlijst, brengt veel volk op been. Een van de terugkerende evenementen is Pretty & Pink, een feest dat in rozigheid kan wedijveren met de grootste zuurstokkraam.

Van oudsher is De Paternoster een café waar de gay scene zich thuisvoelt. Zo ontstond ook de samenwerking met Ivo van Harmelen, programmamanager van Roze Zaterdag. “Acht jaar geleden zaten we in tijdnood met het Festival van het Levenslied. Op ons verzoek nam Ivo de coördinatie op zich. Dat was een schot in de roos.” Bij latere producties leerden ze elkaar nog beter kennen. Het mondde uit in onder meer deelname van een Bossche Pretty & Pink-wagen aan de stoet op Roze Zaterdag 2014 in Eindhoven. Bingo: ze wonnen de prijs voor de mooiste wagen. Ter plekke ontstond het idee om Den Bosch te kandideren voor Roze Zaterdag 2017. Ivo, Bert en anderen schreven het bidbook – een woord dat ongewild maar fijntjes verwijst naar De Paternoster alias Onze Vader. In 2015 sprak de jury van de landelijke Stichting Roze Zaterdag het verlossende woord: Den Bosch mocht los in 2017.

Barkruk
“Een feest voor echt iedereen”, zegt de kastelein, want het zal Bert bockworst wezen of iemand hetero of homo is. Met een kanttekening: twee cafébezoekers die elkaar opzichtig ‘vol op de bek’ nemen, zal hij vriendelijk verzoeken om dat elders te doen. “Dan huur maar een hotelkamer.”

Tijdens Roze Zaterdag was De Paternoster behalve ontmoetingsplek ook commandopost. Bert en zijn ploeg verzorgden alle logistiek, veiligheid, verkeersafwikkeling en sanitair. Veel tijd voor ontspanning kregen ze niet. Maar die man die ’s nachts op een barkruk klom – alsof het een bergtop was – om ‘Why Tell Me Why’ van Anita Meijer te zingen? Precies.

OVER ROZE EN ZWARTE CONFETTI

Dorien Habraken [41] | Boxtel | activiteitenbegeleider verpleeghuis

Ze is dol op carnaval. Niet vreemd voor een Boxtelse boerendochter. Ook heeft ze een onverwoestbare levenswil. Zelfs de zwartste confetti blijkt ze niet uit de weg te gaan. Gesprek met Dorien Habraken. 

Ze heeft een lichte fobie voor sleur. Dat is een voordeel in haar werk als activiteitenbegeleider in een Boxtels verpleeghuis. Zo liet Dorien afgelopen zomer doodleuk veertien kubieke meter zand storten, om samen met collega’s Liduina at the beach te creëren. De hoogbejaarde bewoners konden strandwandelingen maken, van opblaaskrokodillen genieten of heupwiegen op surfmuziekjes.  “Heb je een vriendje?”, vragen ze haar af en toe. Dorien draait er nooit omheen dat ze van vrouwen houdt. De spontane reactie van een oude bewoonster: “Gadverdamme! Nou ja, ik had een vent. Maar da’s ôk niks.” Onbespreekbaar is het niet, weet Dorien. Toch verbergen sommigen in het zorgcentrum hun geaardheid, uit angst voor pesterijen. Tragisch: wie geestelijk naar zijn kindertijd terugkeert, gaat soms weer de kast ín.

Romantisch
Het was schooljuf Anja, die de kastdeur bij Dorien op een kier zette. Een lieve juf maar onbereikbaar – want vele jaargangen Okki en Taptoe ouder. “Ze is inmiddels getrouwd”, lacht Dorien. “Ik heb het haar wel ooit bij een reünie verteld.” Op de havo vond ze vriendschap bij een meidengroep van vijf. De Club, luidde hun geuzennaam. Drie van hen zouden uiteindelijk het lesbische leven omhelzen. Na Doriens eigen openbaring wist ze kortstondig geen raad met zichzelf: “Echt van de wap: ik had met een vrouw gekust! Op m’n achttiende heb ik het ook mijn ouders verteld.” Een jaar later zou ze haar grote liefde Ellis ontmoeten. “We zijn nog altijd bij elkaar. De kracht van onze liefde? Elkaar vrijlaten, zonder grenzen te overschrijden. Vaak ga ik alleen op stap. Ik heb leven in de brouwerij nodig. Zij heeft dat minder.”

Dorini’s
In de categorie Tralala met hoofletter T past ook haar podiumleven. Samen met Marlou van Griensven vormt ze De Dorini’s. Wat als een uit de hand gelopen carnavalsgrap begon, is uitgegroeid tot een zangduo van naam en faam. “Soms hebben we vijf optredens in een weekeinde. Da’s pittig, maar vooral keileuk.” Voor de lezer die afgunstig denkt ‘Ooooh, ik zou wel met haar willen ruilen’, kan even doorlezen geen kwaad. Want het slechtnieuwsgesprek dat Dorien in maart 2015 had, liet zich niet met confetti verjagen. Ze bleek borstkanker in een agressieve vorm te hebben. Er volgden zes chemo’s en drie operaties. Ook moest Dorien afscheid nemen van haar borsten, okselklieren en eierstokken. Voor het Brabants Dagblad schreef ze er een blog over. De grondtoon: vechtlust. “Op Roze Maandag, de dag dat we in Tilburg zouden gaan feesten, ging ik met roze koeken naar de chemo. Natuurlijk heb ik verdriet gehad. Maar het heeft m’n levenslust niet veranderd.”

Ze is best ijdel, erkent ze. Toch leerde ze zich verzoenen met haar veranderende lichaam. Tijdens optredens met De Dorini’s droeg ze een mutsje op haar kale hoofd, maar ze zong en leefde. Na alle kommer en kwel ging ze in 2016 op vakantie naar de Dominicaanse Republiek. Aan het strand droeg ze alleen een bikinibroekje. Nothing to hide.

Gloeien
Wat geen chirurg ooit zal kunnen wegnemen, is haar levensdrang. Die heeft ze niet, die is ze. Hoewel ze stress heeft afgezworen, is ze nog volop bij roze en anderkleurige initiatieven betrokken. Van Roze Zaterdag in Den Bosch en Paaspot in Eindhoven tot Brabo’s met een zachte Gay op de Amsterdamse grachten. “Ik leef met vonk en vlam”, zegt Dorien. Dan zwijgt ze. Maar haar ogen gloeien verder.

OVER LIEFDE EN APENKOOIEN

Dorien Stegeman [43] | docente lichamelijke opvoeding | holistisch massagetherapeut | Den Bosch

Tot haar dertigste stopte Dorien haar liefde voor vrouwen weg. Dat vond ze niet erg. Liever zwijgen dan het risico lopen dat de buitenwacht haar met lesbische ‘manvrouwen’ zou vereenzelvigen. Toen sprong ze in het diepe.

Ze groeide op in het Vlaamse dorp Pulderbos, vlakbij Lier. Vanaf haar tiende gaf ze haar ziel en zaligheid aan vrouwenvoetbalteam F.C. Nijlen. “Ik heb er tien jaar lang gespeeld. De club voelde als een tweede familie. Achteraf bezien was het ook een vorm van escapisme. Thuis was het niet altijd makkelijk.”

Op haar vijftiende stierf haar vader. Haar moeder zonk weg in periodes van diepe zwaarmoedigheid. Het wakkerde haar sportliefde aan: rennen, afzien, vergeten. L’amour? Daar was ze volstrekt niet mee bezig. “Ik zat op een meisjesschool en was in alles een laatbloeier. Wel vond ik vrouwen interessant. Als ik ‘Medisch Centrum West’ keek, had ik meer oog voor zuster Ingrid dan voor dokter Jan. In ‘Flying Doctors’ vond ik Kate leuker dan George.” Vrijwel alle meiden in haar voetbalteam waren lesbisch, wist Dorien. Vrouwenliefde sprak haar aan, maar ze wilde geen bonkige verschijning worden. “Mij leek niets zo erg als geassocieerd worden met damesteam ’t Steentje uit Grobbendonk. Die hadden nog net geen snor.”

Rekensom
Dorien zette haar gevoelens buitenspel. Ze herinnert zich een godsdienstles op school. Vijftien moet ze zijn geweest. De juf vertelde dat God de man en de vrouw had geschapen. Maar soms, zo klonk het, hielden mensen van hun eigen sekse. “Volgens de juf was dat maar tien procent. In stilte maakte ik een geruststellende rekensom: ooooh, dat waren Hilde en Christine! Dan kon ík het in ieder geval niet zijn.” Enkele jaren later zou Dorien haar eerste liefde beleven. Met een man. “Ik hield van hem. Het gaf ook opluchting: blijkbaar was ik niet ‘veroordeeld’ tot de wereld van mannelijk uitziende lesbische vrouwen.” Maar langzaam ebde de hartstocht weg. Er ontbrak iets, voelde Dorien. Ze nam afscheid van hem. “Ik ben er anderhalf jaar verdrietig om geweest.”

Tibet
Extreem veel sporten hielp haar om de emotionele verwarring te verkleinen. Maar op haar dertigste gaf ze toe dat liefde geen wedstrijd tegen jezelf is. Ze werd verliefd. Op Bea, met wie ze een jaar een relatie had. In 2006 vond Dorien de ware liefde. In Tibet. Haar naam: Carla. Op 3600 meter hoogte verloren ze hun hart aan elkaar. Bergen waren er nog wel te verzetten: met name de ouders van Carla hadden tijd nodig om te wennen aan hun vrouwenliefde. Maar geduld loont. In 2015 gaven Carla en Dorien elkaar het ja-woord.

Nu wonen ze samen. Enkele malen per week rijdt Dorien naar het Heilig Graf in Turnhout, een school voor basis- en secundair onderwijs. Ze is gymjuf. Haar angst voor roze karikaturen en sjablonen is nooit helemaal verdwenen. “Ik merk het in de omgang met kinderen. Als er eentje in een grote groep roept ‘Hé mevrouw, ik zie een trouwring!’, dan zal ik niet snel zeggen dat ik met een vrouw ben getrouwd. In kleiner gezelschap vertel ik dat wel.”

Diep van binnen is Dorien een kat uit de boom-kijkster. Toch heeft ze bijna twee uur lang honderduit zitten vertellen. Waarom heeft ze haar aarzeling over het interview laten varen? “Al zou er maar één meisje van zestien zijn dat dit verhaal leest en daar kracht in vindt, dan zou het al fijn zijn”, zegt de gymjuf. Omdat de liefde wil apenkooien.

NA VERLIES KOMT WINST

Emiel Hulshof [49] | accountant | Rosmalen

Een breuk is een deling. Ook buiten de wiskunde, ontdekte accountant Emiel Hulshof [49]. Hij moest zijn huwelijk verbreken om zijn leven met een man te kunnen delen. Ontmoeting met een opbloeier.

Emiel vertelt zoekend. Een man die nadenkt voordat hij iets zegt – een stijl die in het Nederland van nu octrooi verdient. Is die bedachtzaamheid de erfenis van jarenlang emoties wegdrukken? Emiel sluit het niet uit. Als je zwijgt over wat er in je ritselt, word je minder uitgesproken.

Het begon overzichtelijk. Eind jaren tachtig werkte hij bij de V&D Klantenservice in Den Bosch. Zij ook.
Ze gingen een avondje uit, kregen verkering, trouwden. Zevendehemelgeluk bleef echter uit. Bij V&D Klantenservice kon je alles binnen acht dagen ruilen, wist het jonge bruidspaar. Maar liefde kent geen kassabon.

Stress
Na een studie ging Emiel als accountant aan de slag. Kalm, consciëntieus werk. Dat paste bij hem. Minder kalm was z’n polsslag. In de loop van de tijd keek hij steeds vaker naar mannen. Heimelijk. Emiel zweeg erover. Tot die vrijdagavond in oktober 2005. Enkele seconden nadat hij zijn vrouw over zijn verborgen aard had verteld, stapte ze verbijsterd het huis uit. Over, voorbij. De scheiding had zich nagenoeg woordeloos voltrokken. “Ik was ontgoocheld over mezelf”, herinnert Emiel zich. “Allerminst trots. Ook omdat we drie jonge kinderen hadden. Indertijd waren ze twee, vier en zes jaar.” Tijdelijk nam hij zijn intrek bij z’n ouders. Zijn oudste zoon en dochter hielpen met het overhuizen van de spullen. Later kon Emiel op een appartementje in de Postelstraat terecht. In die tijd viel hij vijftien kilo af van de stress.

Vonk
De mannenliefde was niet uit de roze lucht komen vallen. ‘Gôh, wat een leuke vent’, had hij vroeger over een docent gedacht. Bij V&D had hij veel homoseksuele medewerkers leren kennen. “Het warenhuis stond erom bekend. Het was een wereldje van mode, kleding en stoffen. Op het snijvlak van ondernemerschap en creativiteit kom je vaak homo’s tegen.”

Vijf maanden na de breuk met zijn echtgenote ontmoette hij Fred. Op een chatsite. Eerder was hij al een keer in de Kabberdoes geweest, het Bossche gay café. “Ik wilde ervaring opdoen. Maar het was ook wennen. Homo’s kunnen wel héél direct zijn, zowel in aankijken als in aanraken.” De eerste ontmoeting met Fred verliep bedaarder. Pas de tweede keer vielen woord en daad samen. Enkele maanden later trok Fred bij hem in. “Een grote stap. Opeens woonde ik samen, in Rosmalen. Met een man zonder kinderwens.”

Camping
Het kwam goed. Ze zijn inmiddels getrouwd. “Ik voelde een lichte triomf toen ik voor de eerste keer hardop kon zeggen: ‘Dit is mijn man.’ Maar ik loop er niet mee te koop. Ook op straat pakken we niet snel elkaars hand. Ooit deden we dat in Amsterdam. We dachten: als het ergens kan, is het wel hier. Maar enkele Marokkaanse jongens scholden ons uit. Ja, dat raakt je.”

Beiden hebben een uitstekend band met de drie kinderen uit Emiels eerste huwelijk. Als ze met zijn vijven op een camping staan, beleven ze plezier aan de vragende blikken van andere kampeerders: ‘Hoe zít dat daar?’

Elf jaar na de breuk deelt Emiel nog altijd gekwadrateerde levenslust met Fred. Hij denkt na. De vraag was: kun je na al die tijd een winst- en verliesrekening opmaken? Dan: “Ik vond het verschrikkelijk om mensen verdriet te doen met het uit de kast komen. Kwetsen is niet mijn ding. Maar ik ben er een stuk gelukkiger van geworden.”

ZESENTWINTIG LIEFDESLETTERS

Gäby Vereijken [45] | Kentalis Academie | Beek en Donk

Op de achtste dag mompelde God dat het goed was. Zeeën, bergen, een zonsondergang met een roze gloed. Maar de monogamie schiep hij niet, vermoedt Gäby Vereijken.

Wat hij wel creëerde, zijn schooljuffen. En die roepen na talloze roze gesprekken zo onderhand een vraag op. Wat ís dat toch met kleuterleidsters en onderwijzeressen? Want ontstellend veel geïnterviewde vrouwen herinneren zich een verliefdheid op hun juf. Tussen schriftje en inktpot raakte ook Gaby diep onder de indruk van haar lerares. Waarom? Ze moet het antwoord schuldig blijven, maar haar fascinatie voor vrouwen zou niet meer wegebben. “Ik ben een golden girl: nooit een relatie met een man gehad.”

Roze bewoners
Ze woont in Beek en Donk, werkt in Sint-Michielsgestel. Bij Kentalis, zorggroep voor mensen met een beperking in horen, zien en communiceren. “Werk is altijd mijn grote liefde geweest. Ik heb het gevoel dat ik daar het verschil kan maken.” Kentalis is het achterachterkleinkind van het eerbiedwaardige Doveninstituut, dat in 1840 ontstond. Een begrip in Sint-Michielsgestel en wijde omgeving: gezaghebbend, katholiek van kleur en nooit doof voor Gods woord. Vroeger werkte een deel van de bewoners zelfs op de hostiebakkerij. Maar Kentalis heeft zich al jaren geleden van haar religieuze oorsprong losgemaakt. “LHBT is ook volledig geaccepteerd op het werk. Het is geen issue. Sterker nog: Kentalis heeft vorig jaar met de Gay Pride meegedaan.” Ook bewoners kunnen roze verlangens hebben – van licht- tot dieproze. Daar wordt openlijk en respectvol mee omgegaan. Gäby laconiek: “Liefde en seksualiteit zijn overal.”

Niet het laatst op de middelbare school, ontdekte ze. Op de havo gebeurde het: als veertienjarige werd ze oorsuizend verliefd op een meisje dat twee klassen hoger zat. Het bleek wederzijds, waarna ze anderhalf jaar een relatie hadden. “Mijn ouders wisten ervan. Blij waren ze niet. Ze hoopten dat het voorbij zou gaan.” Tevergeefs: de kalverliefde sneuvelde, maar de vrouwenhunker bleef. “Na verloop van tijd wenden m’n ouders eraan. De liefde van ouders voor hun kinderen is vaak onvoorwaardelijk en wederkerig. M’n moeder leeft al dertien jaar niet meer, maar op Roze Zaterdag staat m’n vader naast me. Hij is bijna tachtig.”

Puzzelen
Lang dacht Gäby dat in een goede basisrelatie ook plek voor een ander kon zijn. Maar uiteindelijk heeft ze ondervonden dat je daar niet gelukkig van wordt. Als je je hart wil openstellen voor meerdere mensen, dan vergt dat emotioneel en logistiek veel gepuzzel. Het breekt je op. “Want bij wie ben je als je ’s nachts om twaalf uur jarig bent? Met wie vier je Kerstmis? Daar moet je onderhand manager voor zijn. Het kost veel energie.” Nog altijd is ze ervan overtuigd dat monogamie van nature niet in de mens zit. Toch kiest ze ervoor om haar leven met maar één vrouw te delen. 

Alfabet
Voor de PvdA is ze actief in de gemeenteraad van Beek en Donk. Met overtuiging. Haar maatschappelijke betrokkenheid klinkt ook door in haar bestuurswerk voor Roze Zaterdag. Voor Gäby zijn nut en noodzaak van dat evenement onbetwist. “Er is veel winst geboekt, maar inclusiviteit is nog lang niet bereikt. Je geaardheid mag nooit een rol spelen Of het nu LHBT of XYZ is: liefde overstijgt het alfabet.”

A SMILE FOREVER

Strangee [leeftijdloos] | drag by nature | Kaatsheuvel

Elke klok is een doodsklok. Want tijd sterft voortdurend. In de verte slaat de Sint-Jan vijf uur. Maar Strangee blijft tegen de vergankelijkheid vechten. Met een glimlach. Altijd.

Als kind had-ie al een moeizame verhouding met verval en teloorgang. Nu hij ouder wordt, groeit zijn melancholie. “Ik mis vroeger”, zegt Gert-Jan van Geenen alias Strangee. “Toen was alles beter.” Nou ja, bijna alles: op school in Kaatsheuvel werd hij veel gepest. Gewoon om wie hij was. Zijn eerste levensles: de wereld weet amper raad met zachtheid.

Op z’n zestiende sprak hij hardop over mannenliefde. Al ging de kleinkinderdroom van zijn ouders die dag aan scherven, toch bleef de relatie uitstekend. Ook het jennen en sarren uit zijn jeugd is voorbij, dankzij GJ’s tweede levensles. Die luidt: ik ben ik. Bevalt je dat niet? Jouw probleem.

Extravaganza
Die zelfverzekerdheid – of minstens de schijn ervan – komt hem van pas. Al zo’n twintig jaar is GJ drag in zijn vrije tijd. “Het is bij toeval ontstaan. Drie vrienden van me werkten als drag. Eentje werd er ziek. Op zijn verzoek ben ik toen ingevallen. Geweldig! De aandacht en de kans om anderen blij te maken. Als drag kan en mag je zoveel meer dan in het gewone leven. Het is een vergroting van mezelf. Ik kan er alles in kwijt.”

Die zelfverzekerdheid – of minstens de schijn ervan – komt hem van pas. Al zo’n twintig jaar is GJ drag in zijn vrije tijd. “Het is bij toeval ontstaan. Drie vrienden van me werkten als drag. Eentje werd er ziek. Op zijn verzoek ben ik toen ingevallen. Geweldig! De aandacht en de kans om anderen blij te maken. Als drag kan en mag je zoveel meer dan in het gewone leven. Het is een vergroting van mezelf. Ik kan er alles in kwijt.”

Nederland telt circa vijftig drags. Onder de naam Strangee werkt GJ op festivals, party’s en andere evenementen. Hij beschikt over een imposante collectie gewaden, pruiken, sieraden en hoofdtooien. Zijn mix van extravanganza en openheid levert vrijwel altijd sympathieke reacties op. De zeldzame trammelantzoekers laat hij links liggen.

Oma
Grootste fan is zijn 94-jarige oma. “Het liefst wil ze dat ik vóór m’n werk even in het verpleeghuis langskom. Mijn band met haar is enorm sterk.” Maar hij ziet ook haar eierschaligheid. Zo breekbaar, zo dun. Zelf vreest hij de dag dat de ouderdom hem zal tekenen. “Welke gebreken ga ik krijgen? Wie ben ik als ik tachtig ben? Wie is er dan nog?” Nog minstens tien jaar zal hij als drag het publiek kunnen verleiden. Maar de derde levensles van GJ luidt: alles is eindig. De laatste tijd denkt hij dan ook vaker over werk en toekomst na. “Wat me nog het meest aanspreekt, is uitvaartondernemer worden. Als kind trok de dood me al.” De afgelopen jaren heeft hij verschillende mensen verloren, onder wie z’n collega Miss Teddy. Zijn moeder had een laatste wens: of ik met enkele anderen de begrafenis wilde verzorgen. Dat heb ik gedaan, in het strandhotel van de IJzeren Man in Vught. Grote zaal met glitterballen, alle drags in vol ornaat. Naast de kist heb ik ‘Send in the Clowns’ geplaybackt. Afscheid neem je maar één keer.

Adieu
Tegen Kaatsheuvel zei GJ evenwel twee keer adieu. Hij vertrok om zijn geluk in Amsterdam. te beproeven, maar kwam uit pure wanhoop terug. “Ik miste de Brabantse gezelligheid. Die zocht ik in het Amsterdamse nachtleven. Vergeefs, ik vond hem niet.” De laatste jaren woonde hij in Zwolle, met zijn vriend. Maar het boven-de-rivieren-leven wilde opnieuw niet wennen. Sinds kort is GJ weer terug in Kaatsheuvel, al is hij nog vaak bij zijn vriend in Zwolle.

Wie met GJ over leven, liefde en dood praat, ziet de tijd vliegen. In de verte slaat de klok van de Sint-Jan zes uur. Opnieuw zestig minuten voorbij. Weggetikt voor zijn oma, hemzelf en de liefde. Strangee kijkt om zich heen. Hij glimlacht. In tijdloze verwondering.

HET ROZE NEST

Ingrid van Scharrenburg [61] | adviseur keukenbranche | Den Bosch

Ze groeide op in Hilversum. Moeder, vader, vijf kinderen. Vier van hen bleken gay te zijn. Openhartig gesprek met Ingrid van Scharrenburg.

Een automatiek en slagerij hadden ze. Maar een onsje meer zou het huiselijk geluk nooit zijn. Halverwege de jaren 60 scheidden haar vader en moeder. “Ik was de enige op school van wie de ouders uit elkaar gingen. Dat was een schande in die tijd.” Moeder, die van oorsprong uit Den Dungen kwam, pakte haar koffers plus vijf tasjes voor de kinderen. Bestemming: Sint-Michielsgestel. “Dat bleek tijdelijk. Mijn moeder was een rusteloze vrouw. We begonnen een zwervend bestaan: Grave, Mook, Doorwerth. Ik heb op zes verschillende mavo’s gezeten.”

Zelfspot
Toen Ingrid zestien was, viel het kwartje: haar twee oudste broers hadden nooit vriendinnetjes. Jongens vonden ze veel leuker. Op haar beurt kreeg Ingrid meer oog voor meiden dan voor jongens. Laconiek: “Drie van je vijf kinderen gay. Dat is niet weinig. En moeder had het al zo pittig, dachten we in stilte.” In Huize van Scharrenburg zou zelfs een roze kwartet ontstaan: een verklaard heteroseksuele zus verbrak uiteindelijk haar huwelijk en ontdekte de vrouwenliefde. Ingrid, niet wars van zelfspot: “Maar een ander zusje is gelukkig wel normaal getrouwd.” 

Volgauto
Nature of nurture? Ach, om het even. Volgens Ingrid is homoseksualiteit voor een deel aangeboren, maar kunnen sociale omstandigheden de ontwikkeling ervan al of niet bevorderen. Nog één terugblik op haar jeugd: “Mijn moeder was regelmatig de kluts kwijt van verdriet, maar het sleet. Het was een verstandige vrouw, gastvrij en zonder oordelen. Weliswaar was ze gescheiden, maar mijn vader kwam nog elke dag langs. Hij kreeg zelfs een speciale band met moeder, mooier dan daarvoor.” Illustratief voor haar moeders goedhartigheid: ze verwelkomde ook de nieuwe lief van haar ex-man, een vrouw die een jaar jonger dan hun oudste zoon was. “Bij de begrafenis van m’n vader zaten m’n moeder en zij samen in de volgauto. Ze werden aangekondigd als de weduwen-Van Scharrenburg.”

De dood
Het was niet de eerste keer dat de dood in Ingrids leven aanklopte. Nietsvermoedend had ze telkens gastvrij opengedaan – Brabantse hartelijkheid heeft ook een schaduwkant. Op haar eenentwintigste kreeg ze een auto-ongeluk met Han, haar eerste grote vrouwenliefde. Zij was op slag dood, Ingrid had geen schram. Hun liefde was vijf maanden oud. Ingrid zou ook haar oudste broer verliezen. Op z’n drieëndertigste kwam hij onder een trein – nee, ongewild. In 1979 verliet ze Brabant. Met haar vriendin Mieke begon ze bar Vivelavie aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Een uitgesproken vrouwenplek, maar de deur zat niet potdicht. Iedereen was welkom. In de daaropvolgende dertig jaar zou Ingrids leven regelmatig het karakter van een lunapark krijgen. “Ik hou van afwisseling en beweging. Astrologisch ben ik een Ram. Snel verveeld, ongeduldig, opvliegend.” Liefdes kwamen en gingen – Loes, Els, Simone, Marijo, Jolanda. Met al haar ex’en heeft ze nog goed contact. Fijntjes: “Heb ik van m’n moeder.”

Hartenvrouw
Sinds drie jaar is Michelle haar liefde. Zij is chef tablegames in Holland Casino Rotterdam. Een hartenvrouw, bij wie Ingrid past. Ze spelen wel, maar vooral met de gedachte om samen te wonen. Nu woont Michelle in Rockanje en Ingrid in Den Bosch. Where the full house will be? Ze gaan er niet om kaarten. Komt tijd, komt raad.

Ingrid ziet haar broers en zussen nog regelmatig. Als ze elkaar ontmoeten, komt de homoseksualiteit weinig ter sprake. Lachend: “M’n heterozusje zegt wel eens: ‘Ik ben de enige in dit gezin die niet normaal is.’ Het is voor ons gewoon. Mijn broer is 70, heeft een vriend van 33. Leven en laten leven. Dat vind ik belangrijk. Neem elkaar zoals je bent.”

LEVE DE LYCAENA DISPAR!

Ivo van Harmelen [51] | eigenaar NW25 PR Marketing Events & More | Den Bosch

Voor vlinders is de buik een welkome verblijfsplaats. Wat voelde Ivo van Harmelen die avond in Utrecht? Dagpauwogen of pimpernelblauwtjes? Vuurvlinders, zou hij later met Jean-Marc vaststellen.

Die man. Achter de tapkast van gay-café De Wolkenkrabber in Utrecht. Bij hem bestelde Ivo een biertje. En nog eentje, om de groeiende verwarring te verdoven. Na de laatste ronde volgde de eerste kus. Zevenentwintig jaar zijn ze nu bij elkaar. In Ivo’s buik fladdert nog altijd de Lycaena dispar alias de grote vuurvlinder rond.

Zijn wieg stond in de Bommelerwaard. Zware klei, zware kerken. Pas op z’n drieëntwintigste zou hij de liefde voor mannen ontdekken. “Ik werkte als productieassistent in Hilversum. Bij het afscheid van een man op het NOS-terrein kreeg ik opeens hartkloppingen. Ik was verliefd. Zomaar, het kwam uit de lucht vallen.” De relatie die ontstond, beklijfde niet. Dat l’amour onvergankelijk kan zijn, zou hij pas later ondervinden. Met Jean-Marc. In 1994 vierden ze hun eerste liefdeslustrum in een parochiezaaltje in Zaltbommel. Opschrift op de muur: ‘Vrede met U.’

IKEA
Bij IKEA hebben ze kasten met fascinerende namen. Van Läckö en Godmorgon tot Pallra en Isala. Maar geen Bög, het Zweedse woord voor homo. Geen ramp: Ivo wist eruit te komen. Toch valt er nog veel ruimte te winnen, weet hij. “Acceptatie van LHBTQ’ers is geen vanzelfsprekendheid. Zelfs niet in kringen van hogeropgeleiden. Op straat loop ik bijna nooit hand in hand met Jean-Marc. Hij is mijn man, we zijn getrouwd. Maar enige waakzaamheid blijft geboden. Naroepen, schelden. Dat gebeurt.”

Tegelijkertijd prijst hij zich gelukkig dat hij in Nederland woont. Elders in Europa en in de Arabische wereld hebben LHBTQ’ers het vaak zwaarder te verduren. “Geweld komt nog steeds voor. In Zuid-Italië is het geen zeldzaamheid dat een LHBTQ’er zijn/haar geaardheid met de dood moet bekopen.” Of religieus conservatisme vaak de bron van agressie is? Ivo aarzelt. Groenezepige uitspraken zijn er al voldoende in de wereld. Fijntjes, maar niet zonder scherpte: “Onder de Polen die in Nederland komen werken, zijn relatief veel LHBTQ’ers. Hier krijgen ze nu eenmaal meer lucht dan in hun eigen streng-katholieke land.”

Elf
Ivo werkte elf jaar en elf maanden bij NS en elf jaar en elf maanden bij Remia. Liefde voor het gekkengetal? Ja, hij is dol op carnaval. Ook het Roze Jaar 2017, waar hij programmamanager van was, zag hij als een feestelijke aangelegenheid. Moest lukken in Den Bosch, de stad waar hij woont. Ivo kreeg gelijk: “Dit is net genoeg stad om een flinke subcultuur te kunnen verdragen. Toch vond ik Roze Zaterdag spannend. Het is nu eenmaal kleurrijker dan vele andere festivals in de stad.”

Ondanks het matige weer trok de dag duizenden bezoekers. Naast talloze muzikale optredens vond er onder meer een Regenboogbotenparade plaats. Wel was er rumoer over een geplande oecumenische Roze Viering in de Sint-Jan die ter elfder ure naar een protestantse kerk moest uitwijken. Vanwege conservatieve tegengeluiden onthield de bisschop zijn goedkeuring. Toch zou geloof in het recht om jezelf te zijn die dag het sterkst blijken. Dat recht stijgt immers boven elke geaardheid uit, stelt Ivo: “M’n diepste wens was dat niet alleen mensen uit de LHBTQ-gemeenschap aan Roze Zaterdag zouden deelnemen, maar iedereen die zich in vrijheid herkent. Dat is uitgekomen.”

OVER LIEFDE EN LEGO

Jeannette van der Sanden [47] | sociaal wetenschapper | Vlijmen

Op haar geboortekaartje stonden twee schoentjes. Een zwarte en een witte. Wie de schoen past: Jeannette van der Sanden [47] ontwikkelde liefde voor zowel mannen als vrouwen. “Ik ben blij dat ik keuzevrijheid voel.”

Schoenmaker was haar vader. In Drunen. Vandaar de knipoog op het geboortekaartje. Maar het zou een stille voorspelling blijken. Aanvankelijk was het leven van Jeannette tamelijk overzichtelijk. Dat kantelde in haar studententijd. Ze verhuisde van Drunen naar Nijmegen, waar ze verliefd raakte op een medestudent Logopedie. De A van Amor sprak hij glashelder uit. Maar op hun beider lippen gloeide ook de B van Bi. “Eerlijk gezegd was het niet de ‘bedoeling’ dat Diederik en ik een relatie zouden krijgen. Ik wilde in Nijmegen de liefde met vrouwen onderzoeken. Hij met mannen. We zijn tegen elkaar aan gelopen. Het voelde goed.”

Affectie
Ze deelden lief, lust en leed, zonder hun roze verlangens naar het bezemhok te verbannen. Die mochten bestaan. Met wederzijdse goedkeuring onderzochten ze de gevoelens voor anderen. Een dansje, een flirt, een zoen: liefhebben bleek niet op te houden bij heteroseksualiteit en monogamie. “Het ging altijd open en eerlijk, zonder het idee dat we iets op hadden te biechten. Jaloezie was ook niet aan de orde.” Begin jaren 90 begon Jeannette een studie Sociale Wetenschappen. Specialiteit: genderstudies. “Als kind vond ik denken in hokjes – zwart en wit, homo en hetero, man en vrouw – al vreemd. Juist de tussengebieden en kruisingen vind ik interessant.” Ze deed ook veldonderzoek. Op een dag kiemde haar liefde voor een vrouw. Het was serieus, voelde Jeannette. Voortaan had ze zowel Diederik als Nicole lief.

Brabant
Wie uit Brabant komt, groeit op met een belangrijke sociale wijsheid: wat van waarde is, weegt maar honderd gram. Ons vader, ons moeder. Ook Jeannette gebruikt dat drieletterige woord van verbondenheid: “Er was een ons. Dat zongen Diederik en Nicole ook, samen op een karaoke-avond: ‘Ze is ze is van ons’, als variant op de tekst van Doe Maar. “Het was een fantastische tijd”, concludeert ze. Soms brachten ze de tijd met z’n drieën door. Scrabbelen, koffiedrinken, op stap gaan. Het kon gebeuren dat Jeannette met de een op een feest kwam en met de ander vertrok. Maar na twee jaar voelde ze onbestemdheid. “Nog altijd kan ik moeilijk verklaren wat er gebeurde. Ik wist alleen dat ik het anders wilde. Ik besloot om de lange liefdesrelatie met Diederik te beëindigen.” Dat ging niet zonder slag of stoot. Ze miste hem regelmatig. Ook Nicole merkte dat en schoof het niet terzijde. “Tijdens een weekendje Antwerpen ging ik in bad. Opeens hoorde ik Nicole zeggen: ‘Roomservice!’ Diederik stapte de hotelkamer binnen. Had ze stilletjes met hem geregeld. Hij is blijven slapen.”

Match
Het samenwonen met Nicole eindigde na een jaar. Sans rancune, maar de relatie bleek niet sterk genoeg. Na een wereldreis woont Jeannette nu in Vlijmen. Met beide ex-geliefden heeft ze een goed contact. Een vaste relatie heeft ze momenteel niet. “Maar ik ben ook niet op zoek.” Of ze ooit opnieuw zo’n veelhoekige liefdesverbintenis zou aangaan? Zonder aarzelen, met lach: “Ingewikkeld hoor! Het vergt een goede match. Maar dat ga je niet van tevoren bedenken. Zoiets groeit. Het ontstaat.” Veelkleurig en veelvormig: liefde lijkt op Lego. Maar voor Jeannette graag zonder dwingende bouwtekening.

DE DOOD IS KLEURENBLIND

Johan Koenen [57] | uitvaartondernemer | Den Dungen

Als kind speelde hij heimelijk de dood van zijn opa na. Nu heeft Johan Koenen [57] een uitvaartonderneming, samen met zijn echtgenoot Karl-Heinz Oel. “Wij verzorgen afscheid in alle kleuren. Ook roze, ongeacht je verzekering.”

Waar zijn fascinatie voor het definitieve einde vandaan komt? Het auto-ongeluk op zijn zevenentwintigste heeft zeker meegespeeld, zegt Johan. Hij crashte in Roermond en beleefde een bijnadoodervaring. “Maar mijn opa en andere bekende overledenen stuurden me terug. Blijkbaar was het mijn tijd nog niet.” Aan het ongeval hield hij oogletsel, een verbrijzelde enkel en een kunststof kaakbeen over, maar zijn arbeidsongeschiktheid sloot zittend werk niet uit. Acht jaar lang werkte Johan bij Schouwburg Casino, het latere Theater aan de Parade in Den Bosch. Op affiches zag hij toneelstukken als ‘Dood van een handelsreiziger’, ‘Van oude mensen de dingen die voorbijgaan’ en ‘Laat je niet kisten’ voorbijkomen. Maar dat was spel. De echte dood, wanneer zelfs de souffleur geen tekst meer heeft, trok hem sterker aan.

Anatomie
Eind vorige eeuw begon Johan een uitvaartonderneming in Den Dungen, op kransworpafstand van Den Bosch. Drie jaar lang volgde hij een opleiding. De mysteries van het menselijk lichaam had Johan al tijdens zijn studie Anatomie en Menskunde in Den Haag leren kennen. Met ontzag: “Onze bloedsomloop, bijvoorbeeld. Hart, aderen, vaten: hoe knap dat in elkaar zit!”

Zijn allereerste kennismaking met de dood? Het overlijden van zijn opa. Een lieve man, benadrukt Johan. Opa woonde bij hen in. Volle bak: het gezin Koenen telde zelf al vijf leden – vader, moeder, drie kinderen. “Toen hij in 1969 stierf, brachten ze hem naar het lijkenhuisje, bij ons op het kerkhof in Sprang-Capelle. Het maakte diep indruk op me, ik was een jaar of tien. Een paar dagen later bootste ik dat in de garage na. Ik had heimelijk een kostuum van opa uit de kast gepakt. Dat propte ik vol met kranten. Die pop legde ik op de grond. Met een petje op. M’n moeder zag het. Kwaad was ze niet, maar haar ogen zeiden genoeg.”

Duitse man
Als kind wilde Johan de zorg in. Dat feest ging niet door: z’n vader vond het niks. “Hij zei: ‘Als je later een gezin moet onderhouden, heb je een fatsoenlijk inkomen nodig.’ Dat ik op mannen viel, wist hij nog niet.” In Tilburg ontdekte Johan de herenliefde. Op zijn vierentwintigste kreeg hij een vaste relatie. Enkele jaren later ontmoette hij zijn grote liefde, Karl-Heinz uit Bonn. “Op een verjaardagsfeestje in Veghel. Al vijfendertig jaar zijn we bij elkaar. Ook in werk. De uitvaartonderneming is van ons tweeën.”

Magere Hein is kleurenblind. Want of je liefdesleven nu roze, geel of paars is: voor de dood is iedereen gelijk. Maar sommige Dungenaren zagen het wat zwart-witter. Twee homo’s die in een katholiek dorp uitvaarten verzorgen? “Onze geaardheid viel bij sommigen verkeerd. Dat veranderde toen de pastor zich achter ons schaarde. Sindsdien gaat het de goeie kant op.” Af en toe verzorgen Johan en Karl-Heinz een roze afscheid voor een homo, lesbiënne, bi- of transseksueel. “Vaak is zo’n uitvaart wat informeler. Maar uiteindelijk geldt: rouw is rouw”, zegt hij gedecideerd.

Borrel
Volgens Johan is de dood niet het einde. Maar wat er aan De Overkant is? Zelfs een uitvaartondernemer krijgt de vraag der vragen niet beantwoord. Als ooit zijn eigen tijd gekomen is, wil Johan thuis opgebaard worden. Zonder poespas of pottenkijkers. Zijn laatste wens is een zogeheten technische crematie: zonder publiek. “Van het bespaarde geld moeten ze maar een flinke borrel drinken”, zegt hij opgewekt. Het hoeft geen Trojka Pink te zijn, een roze wodka-likeur. Als het maar naar goede herinneringen smaakt. Da’s het belangrijkste.

DE ROZE REGENTES

Joke van der Beek [78] | oud-wethouder | Den Bosch

Stond er een straffe noordwestenwind? Nee, het was de liefde die haar uit Holland voerde. In de jaren 70 belandde ze in Den Bosch. Ze zou er voor altijd blijven. Maar een stilzitmeisje is ze nooit geweest.

Joke van der Beek groeide op in een Haags gezin met zes kinderen. Haar ouders hadden een wasserij annex stomerij. “De vuilebroekenboer. Zo noemde ik mijn vader.” Zelf sprong ze regelmatig bij in de zaak, waar tientallen mensen werkten. Begin jaren 60 verliet ze het ouderlijk huis. Ze volgde een studie Nederlands en stond tien jaar in Vught voor de klas. In 1974 werd ze raadslid voor de PvdA in ’s-Hertogenbosch.

Hollandse stijl
Met rode stift omcirkeld is 1985. In dat jaar werd Joke de eerste vrouwelijke wethouder in de Brabantse hoofdstad. Twaalf jaar was ze lid van het college, inclusief negen maanden waarnemend burgemeesterschap. Tot haar portefeuilles behoorden onder meer stadsvernieuwing, volkshuisvesting, onderwijs en emancipatiezaken. Haar stijl: eerder Hollands dan zuidelijk. Doortastend, rechtstreeks, analytisch. Incidenten brachten haar niet snel van de wijs – nog steeds niet. Vrijwel altijd ziet ze oplossingen. “Ik ben een structuurdenker, dat helpt. Hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops heeft me weleens ‘verlicht regent’ genoemd.” Twee seconden stilte, glimlach: “Daar zit iets in.”

Breuk
Weliswaar weet ze veel van wet houden, maar één wet brak ze. Die van het huwelijk. In 1981 scheidde ze. Twee jaar voor de breuk was Joke op zichzelf gaan wonen. Na twintig jaar was hun liefde volbracht. Op de vleugels van het feminisme leerde Joke veel vrouwen kennen. Zo ontstond haar eerste lesbische relatie met een wegbereidster van de Bossche vrouwenbeweging die een sterke, politieke vleugel had – rood en roze liggen dicht bij elkaar. “Ik had niet voorzien dat ik verliefd op vrouwen zou kunnen worden. Bizar, maar ik was tot de conclusie gekomen dat ik nooit had moeten trouwen.” Enerzijds voelde ze vrijheid en geluk. Anderzijds stond niet iedereen in haar familiekring met confetti klaar. Na Jokes bekendmaking zuchtte haar moeder diep, voordat ze zwijgend overging tot de orde van de dag. Joke met glimlach: “In haar leven was ze al door de zeven plagen bezocht. Dit kon er wel bij.” Haar zwaar rooms-katholieke vader heeft de openbaring van zijn oudste dochter niet meer beleefd. Het heeft hem waarschijnlijk schaamte bespaard, vermoedt Joke. Motto in zijn branche: vuile was hang je niet buiten. Ook Jokes twee zonen moesten wennen aan een moeder-met-een-vriendin. Maar het kwam goed. Ze spreken en zien elkaar wekelijks.

Tegenwicht
Sinds 2006 heeft Joke een relatie met Marianne uit Arnhem. Ze leerden elkaar in India kennen, waar ze deel uitmaakten van een klein reisgezelschap. Na de vakantie kregen ze een relatie.

In 2017 was ze voorzitter van Stichting Roze Jaar en Roze Zaterdag. Die functies droeg ze met plezier. Maar het Roze Jaar was voor haar niet louter tralala. “Er is ook een sterk emancipatoire noodzaak, want de tolerantie neemt af. Mensen denken zich veel grofheid te kunnen permitteren. Het is goed om daar tegenwicht aan te bieden.”

DE TWAALFDE LETTER IS ROZE

Jolanda van Gool [41] | arbeidsdeskundige UWV | Empel

In het Land van Laaf schonk ze lurk, lebber en limoen. L is een mooie letter, ontdekte Jolanda van Gool vroeg. Een gesprek over leven, loyaliteit en lesbische liefde.

Maar eerst de K. Van Kaatsheuvel, waar ze opgroeide. Op haar vijftiende ging ze bij De Efteling aan de slag. Negen jaar had ze een bijbaantje in het Land van Laaf. Tussen het serveren door studeerde ze Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Haar vrouwenliefde zou niet in het pretpark ontspringen. Van Hans en Grietje tot aan Doornroosje en haar prins: de sprookjeswereld is heteroseksueel, al lachen de zeven dwergen van Sneeuwwitje opvallend schalks naar elkaar. “Nee, het gebeurde al op kleuterschool”, zegt Jolanda. “Ik was verliefd op juf Margreet. Kortom: ik ben geen laatbloeier.” Toen ze vijftien was, sprak ze thuis het L-woord uit. De reactie was redelijk positief. Wel zeiden ze een beetje beteuterd: ‘Gôh, dan krijgen we geen kleinkinderen.’ ‘Dat zullen we nog eens zien’, dacht ik bij mezelf.” Een profetische gedachte. Op haar drieëntwintigste ontmoette ze Sharon, de liefde van haar leven. In 2002 zijn ze getrouwd. Samen hebben ze twee kinderen: Sem [10] en Noah [9]. Hoe dat gelukt is? Ze zwijgt vriendelijk. Niet alles hoeft openbaar.

Fel
Zelf komt ze uit een rood nest. Vader was schoenmaker, moeder toiletjuffrouw bij De Efteling. “Van mijn ouders heb ik geleerd dat je voor je recht moet opkomen.” Aan die lessen van thuis is ze onverminderd loyaal. Activisme is voor Jolanda dan ook geen spinragwoord uit de jaren 70 of 80. Nog elke dag komt ze situaties tegen waarin sprake is van ongelijkheid of onrechtvaardigheid. Fel: “Daar kan ik slecht tegen. Of beter gezegd: niet.” Een van de arena’s die ze opzoekt, is de arbeidsmarkt. Jolanda is onder meer bestuurslid van Netwerk FNV Roze, een sector-overstijgend samenwerkingsverband van de FNV dat zich inzet voor een veilig en plezierig werkklimaat voor LHBTQ’ers. Er valt nog genoeg te verbeteren, ziet Jolanda. Toch zitten we in Nederland op rozen, in vergelijking met veel niet-Europese landen. “In het kader van samenwerkingsprojecten heb ik onder meer Suriname bezocht. Homoseksualiteit is er taboe. Dat bestaat louter binnenskamers. Het zijn enkel de hogeropgeleide LHBTQ’ers in Suriname die zich nog enigszins durven te uiten.” Evenmin rooskleurig is de situatie in Turkije, waar ze in november 2016 op werkbezoek was. “Voor LHBT’ers was het klimaat in Turkije lange tijd gunstig. Onder Erdogan is dat aan het verslechteren.”

Wakker
Wat kanttekeningen. Over Nederland. Want ook hier is waakzaamheid niet overbodig, weet Jolanda. Zelf loopt ze nooit hand in hand over straat, om verwensingen of neerbuigende opmerkingen te voorkomen. “Het is grimmiger geworden. We zijn in slaap gesust, maar we moeten wakker blijven. Voorbeeld? Toen we in oktober 2015 de T-Day voor transseksuelen in Den Bosch organiseerden, was er beveiliging op straat nodig. Dat zet je aan het denken.” Tegelijkertijd ziet ze ook gunstige ontwikkelingen. Op het UWV, waar ze arbeidsdeskundige is, ontmoet ze transseksuelen die – in vergelijking met twintig jaar geleden – makkelijker op hulp bij reïntegratie kunnen rekenen. “De samenleving is ook meer gender fluid geworden. Ik zie jongeren die vroeger in transitie gaan van man naar vrouw of omgekeerd. Dat bespaart ze veel zelfontkenning en verdriet.”

LIEFDE ZONDER REDDINGSBOEI

Jan Julius Wintermans [20] | student Media en Cultuur | Amsterdam en Den Bosch

Vanuit het Bossche brugwachtershuisje, waar het gesprek plaatsvindt, kijkt Jan Julius naar de lege Zuid-Willemsvaart. Maar in zijn ogen vaart een schip: de Quo Vadis. Waarheen, Jan Julius? Gesprek met een zoeker. 

Hij groeide op in Den Bosch. Maar sinds anderhalf jaar woont Jan Julius [20] in Amsterdam, waar hij media en cultuur studeert. Minstens eenmaal in de week reist hij naar Den Bosch. Tweedeklas coupé, maar eersteklas verlangen om zijn ouders, zus Sophia of handjevol vrienden te zien. Zijn liefde voor de Brabants hoofdstad is bitterzoet. In de brugklas werd hij gepest. Tegelijkertijd is Den Bosch de stad van de eerste jongensmond – op de bank bij zijn ouders thuis.

Onderzoeken
Op zijn twaalfde ontdekte Jan Julius dat hij jongens spannend vond. In het vuur pissen bij de scouting; de tongzoen van Philémon en Sander bij ‘Try Before You Die’. Zulke taferelen verwarden hem. “Ik had het er ook veel over met m’n ouders. Vooral met m’n vader; gesprekken op de rand van m’n bed, voor ik ging slapen. Ze hebben me altijd gesteund.”

Julius voelt zich homo, maar heeft zich lang afgevraagd of hij dat wel voor honderd procent is. “Ik ben man. Tenminste: ik woon in een mannenlichaam, waar ik tevreden mee ben. Maar ik ben meer vrouwelijk dan mannelijk. Zacht, gevoelig. Opmaken en verkleden vind ik leuk. Als ik een baarmoeder had, zou ik een kind willen dragen. Daar zou ik de littekens voor over hebben.” Hij houdt van denken en zoeken, maar vooral van hun overlapping. Terwijl Jan Julius gedachteloos de koektrommel op tafel streelt: “Als ik langer over mijn identiteit doorpraat, kom ik uit bij gender non-binary [een ruimer perspectief dan de beperkte keuze man of vrouw – red.] Als je me over mijn seksualiteit zou doorvragen, dan kun je me bi- of nog specifieker pan-seksueel noemen.”

Grindr
Hij leeft zoals hij spreekt. Onaf, snel: zo’n honderdvijftig woorden per minuut. “Ik wil veel. Doe ook veel. Colleges volgen; oberen in restaurant The Garlic Queen in Amsterdam; blogs voor m’n website schrijven; typetjes bedenken.” Ook heeft hij lief zoals hij spreekt. Gulzig, vluchtig maar intens: “Ik ontmoet veel mensen, vooral op Grindr. Vaak is het eenmalig. Online daten past bij mijn generatie.” Zijn zoektocht naar identiteit en liefde is zelfs letterlijk grenzeloos: Jan Julius heeft een zwak voor buitenlandse toeristen. Hij ontmoette er velen, van Amerikaanse legerofficier tot Aziatische moderedacteur. “Maar het besef dat ze binnen enkele dagen uit je leven stappen, breekt me op.” Graag vlindert hij in cafés en op de homostudentenvereniging: “Monogamie vind ik moeilijk voorstelbaar. Als ik ouder ben, kan ik me een langdurige relatie voorstellen, maar het liefst wel open.”

Droom
Bang is hij vrijwel nooit. Noch in de armen van een onbekende jongen of man [“ik vrij altijd veilig”], noch op straat. Eén keer had hij schrik, toen hij uitgedost als drag queen werd nagejouwd. Maar verder laat hij zich niet op de kast jagen waar hij zo vol overtuiging uit is gekomen. In het brugwachtershuisje praat Jan Julius een gat in de middag. Over de speelfilm die hij zou willen maken; over slagen na 170 rijlessen; over zijn leraar die van zijn middelbare school sprong. Over een driehoeksverhouding en over een kinderwens op termijn. Af en toe plukt hij aan de oranje reddingsboei achter hem. Bij zijn vertrek laat hij hem aan de muur hangen. De zee van liefde is diep en groot, maar Jan Julius kan zonder.

DE KUNST VAN HET LIEFHEBBEN

Kees Metz [68] | architect in matige ruste | Zaltbommel

Vier van de vijf avonden vergadert oud-architect Kees Metz. Vaak over politiek, soms over roze cultuur. Zijn mooiste kunstwerk? Een onvoltooide liefde. Gesprek met de maker ervan.

Een dag in 1977. “Weet je het wel zeker?”, vraag de moeder van Kees bezorgd. Hij zit op de bank, bij een bezoek aan zijn ouderlijk huis. “Jongen, denk toch aan je carrière”, zucht zijn vader. Een dag eerder heeft een broer – na ruim vooroverleg met Kees – het H-woord thuis uitgesproken. Ja, Kees is het. Nu zit de besprokene er zelf. Om het op z’n achtentwintigste te bevestigen: he’s gay. Gelukkig ebt de schrik van zijn ouders snel weg. Ook zijn vader, lokale aannemer en raadslid voor Gemeentebelangen, verzoent zich openlijk met de voorkeur van zijn zoon. Terzijde: die liefde voor politiek zal nog een erfelijke kwestie blijken: Kees is al jaren actief in de politiek. Eerst als raadslid voor D66 in Utrecht, nu als fractievoorzitter van ZZV in Zaltbommel.

Trouwen
Als jongvolwassene zag hij regelmatig Albert Mol en Jos Brink op tv. “Enge mannen, vond ik. Zo wilde ik niet zijn. De enige remedie: zo snel mogelijk een vriendin vinden. Nee, ik leefde niet in een leugen. Ik zou toch een kéér moeten trouwen?!” In zijn Delftse studentenjaren – bouwkunde en bedrijfskunde – kwam zulke rechtlijnigheid van pas. Maar zijn emoties liepen erop stuk. Uiteindelijk gaf Kees toe aan de herenliefde, wat twee langere relaties opleverde. Een van zes en eentje van drie-en-een-half jaar. Bijna een kwart eeuw daarna had hij geen vaste verbintenissen, wel losse contacten. Sinds een half jaar is Kees verliefd. Heel erg. Wederzijds, zal hij straks vertellen.

Homokunst
Kees werkte bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en was bouwcoördinator van de Tweede Kamer. Nog altijd bezoekt hij graag musea en galeries. Regelmatig stelt hij zichzelf en anderen de vraag of homoseksuele kunst bestaat. Maar geen enkel antwoord laat zich in marmer beitelen. “In Groningen heb je een galerie die zich ‘specialist in homokunst’ noemt. Maar is dat kunst van een homoseksuele kunstenaar? Of is het onderwerp zelf homoseksueel? Ik ben er nog niet uit.
Wel zie je in de hele geschiedenis afbeeldingen die homo-erotisch zijn – wat iets anders is dan homoseksueel.“

Al bij de Grieken en Romeinen kom je ze gebeeldhouwd tegen, zegt Kees opgewekt. “Mannen.” Met kleine piemels, zal hij duimstokkig opmerken. Maar ook in het katholicisme komen ze voorbij. Hij wijst op de officieuze patroon van de gay community: Sint Sebastiaan, een met pijlen doorboorde heilige in een lendendoek. “De geiligheid straalt ervan af”, weet Kees ook zonder studie kerkgeschiedenis vast te stellen. Feit is dat homo-erotiek de westerse kunst volop kleurt, met name de literatuur: van Marcel Proust en Oscar Wilde tot aan Gerard Reve, Jan Hanlo en Hans Lodeizen.

Liefde
Over scheppingsdrang gesproken: aan de prille liefde van Kees voor een stadsgenoot zou je een roman, schilderij of nachtelijk muziekstuk kunnen wijden. Maar uiteindelijk is elke liefde zelf het kunstwerk. “We zijn dol op elkaar, maar het is niet altijd makkelijk. Er is een behoorlijk leeftijdsverschil tussen ons.” Het was niet gepland, zegt Kees haast verontschuldigend. Dat klopt: liefde gebeurt. Zij ontstaat, zoekt haar weg. Liefde wil, moet en kan niet anders. Net kunst.

LEER JEZELF KENNEN

Lei Lennaerts [52] | graveur | Den Bosch

“Lust for leather is lust for life”, zou de leus van Lei Lennaerts [52] kunnen zijn. Ontmoeting met een Limburgse leerman die zijn geluk in Brabant vond.

Een jongetje uit Reuver was-ie, uit een kalm, plezierig gezin. In zijn kledingkast lagen linnen bloesjes, wollen truien. Niks van leer. Op z’n tiende, elfde voelde hij de liefde voor jongens kiemen, maar zijn onzekerheid was sterker. “Ik maakte me zorgen dat ik seksueel niets met meisjes had.” Zijn verlangen naar mannenliefde zou hij pas later verzilveren: in zijn nieuwe woonplaats Den Bosch. “Ik bezocht regelmatig de lokale COC Jongerengroep en werd vrijwilliger bij de GGD. Twee- à driemaal per week bezocht ik met pakketjes voorlichtingsmateriaal en condooms de baan. Een zendeling, maar zinvol werk.”

Verwarrend
Toch bleef hij aarzelen in de mannenliefde. Oorzaak: de angst dat hij op één berg met travo’s, drags en leerlieverdjes zou worden geveegd. “Hun uitgesprokenheid vond ik maar niks. Ik was extreem gevoelig voor commentaar van de buitenwacht.” Maar in 1992 ging hij voor de bijl. Tijdens Roze Zaterdag in Zoetermeer zag Lei een jongen in leer die hem verwarde. Aanspreken? No option. “Een paar maanden later zag ik hem weer in het KRO/NCRV-programma ‘Deugt de jeugd?’ Ze hadden hem die Roze Zaterdag geïnterviewd. Zijn antwoorden vond ik brutaal, maar ook spannend.” Voorzichtig groeide Lei’s besef van verwantschap. Niet vergeefs: tijdens Roze Zaterdag 1993 in Maastricht ontmoette hij de jongen alsnog. “Met Mark ben ik al die jaren al samen. In 2001 zijn we getrouwd.”

Zeerovers
Het begin van zijn fascinatie voor leer? Al vroeg in z’n leven. Op de scouting stortte Lei zich vol overgave op het thema ‘Zeerovers’: “Met veters regen we lapjes leer aan elkaar. Kreeg je een pluim, dat je dat zo mooi gemaakt had.” Zo rond z’n twintigste droeg Lei zijn eerste leren broek op straat, maar wel verhuld onder z’n spijkerbroek. Enkele jaren later overwon hij ook die schroom. “Ik fietste die zomer in een kort, leren broekje door Den Bosch. Achteraf bezien had het iets exhibitionistisch.”

‘Leer uzelf kennen’, luidt een oude wijsheid. Lei volgt hem: zijn zelfkennis dankt hij voor een deel aan leer. Want hoe meer hij aan zijn verlangens toegaf, hoe meer zijn eigen homoseksualiteit begreep – en aanvaardde. “Voor mij is leer ook veel meer dan een modeverschijnsel. Het is zelfs een beslissende factor. Je kunt op allerlei jongens verliefd worden. Maar als dat aspect er niet is, wordt het niks.”

Zijn eerste associatieve woord bij ‘leer’? “Geil. Ja, sorry: het is wel zo. Leer is spannend, stoer, seksueel opwindend. Maar niet exclusief voor homo’s. Ik ken genoeg hetero’s die zich graag in leer hullen. Het benadrukt in ieder geval mannelijkheid.”

Berlijn
Niet onbelangrijk: leer is drager van een cultuur. Geestdriftig vertelt Lei over Berlijn, de leerhoofdstad van de wereld, waar ook Folsom Europe plaatsvindt. Als het even kan, bezoekt hij met zijn man evenementen van Amsterdam tot Chicago, waar ze oude vrienden ontmoeten – een reizend circus van gelijkgestemde leer-aficionados. In zijn boekenkast ontbreken ook de boeken van Tom of Finland niet: de Finse cultheld die homo-erotische leertekeningen maakte.

Als graveur heeft Lei nog geen frivole munten geslagen. Wel maakte hij in opdracht van de gemeente een bronzen penning voor het Jeroen Bosch 500-jaar, die aan honderden vrijwilligers is uitgereikt. Zou hij ooit een herdenkingsobject voor Roze Zaterdag willen ontwerpen? Jazeker wel. In brons, zilver of goud? Lei grinnikt. Edelmetaal is mooi. Maar hard en koud. Toch maar in leer.

OUDERLIEFDE FOREVER

Marguerite van Delft [65] | moeder | Drunen

In 1991 vertelt Jos van Delft dat hij gay is. Zijn moeder Marguerite brandt geen salie om de kwade geest te verdrijven, maar springt voor hem op de bres. Ontmoeting met een vrouw die landelijk ouders van LHBTQ’ers ondersteunde.  

Het staat Marguerite nog helder voor de geest. Zestien was Jos. Haar zoon had veel onrust in zich: gedoe op de havo, rebels gedrag op een schoolkamp. Voor de draad ermee, was haar stille wens. Die vervulde Jos: “Ik denk dat ik homoseksueel ben”, zei hij op een dag. Met het diplomatiek geformuleerde ‘ik denk’ hield hij nog een slag om de arm. Maar niet lang.

Het gezin ging pal achter Jos staan. Tegelijkertijd wilde Marguerite haar kind voor tegenslag behoeden. Zijn geaardheid maakte hem mogelijk extra kwetsbaar. Openhartig: “We woonden in Drunen. In die tijd wist je dat mannen- en vrouwenliefde bestond. Maar meer ook niet.”

Marguerite besloot haar zoon op zijn zoektocht bij te staan. Ze verrichtte veldwerk, wees hem op de toenmalige Kringen van het COC. Al snel wist ze van de hoed en de roze rand. Binnen twee jaar was ze voorzitter van Stichting Landelijk Overleg Werkgroepen Ouders van Homoseksuele Kinderen, een club die in de jaren 70 was opgericht. Tot de eeuwwisseling zou Marguerite de voorzittershamer houden.

Voorlichting
Het SLOW, zoals het in de wandelgangen heette, verenigde een dozijn regionale werkgroepen van ouders van LHBT’ers. “Nou ja, van de B en de T was nog weinig sprake”, zegt Marguerite. Maar werk aan de winkel was er volop: educatief materiaal maken, voorlichting geven aan Vrouwengildes en andere gezelschappen, op huisbezoek. “Bij SLOW waren ouders betrokken die zowel zorg als bezorgdheid deelden Ze wilden dat het goed ging tussen ouders en kind. Vaak waren het dappere mensen. Dat gold zeker voor een werkgroep zoals die in Veenendaal, waar veel streng-gereformeerde mensen wonen.” Ze legt wat voorlichtingsboekjes van SLOW op tafel, uit de jaren dat internet nog niet bestond. Veel tekst, weinig plaatjes. De toon is vriendelijk maar voorzichtig, bij vlagen aandoenlijk. Een passage: “Om de ouders niet te provoceren, kan de jongere er in het begin beter voor oppassen om met de partner te zoenen of te vrijen in hun nabijheid.”

In de loop van deze eeuw is de SLOW opgedoekt. De levensvatbaarheid verminderde. Oorzaken: de ruime beschikbaarheid van digitale informatie en contactmogelijkheden, de toegenomen acceptatie van LHBT’ers en krappere tijd. “Dit is een werkende maatschappij. Niet iedereen heeft tijd om informatiebijeenkomsten te bezoeken.”

Bellen
Aan tafel zit ook Jozef [72], de vader van Jos. Stil water, diepe gronden. Een herinnering die in hem opborrelt: “Toen onze Jos vertelde dat hij op jongens viel, hebben we dat al snel in de familie bekendgemaakt. Voor ons gold: ‘Wie ons laat vallen, is geen familie meer.’ Die zorg bleek ongegrond. Ook de familie steunde hem.” Tot die tijd ging het echtpaar Van Delft vaak naar de kerk. Maar homoseksualiteit en katholicisme botsen. Dat voelde niet goed, zegt Jozef. “Uiteindelijk bewaar je het goede van het geloof, maar verlaat je de kerk.” Marguerite knikt instemmend.

Inmiddels is Jos veertig en inwoner van Den Bosch. Hij heeft een vriend, met wie hij gelukkig is. Op verzoek laat Marguerite een foto van haar zoon zien. Een goedlachse, mooie man in tenniskleding. Elke dag belt hij zijn ouders minstens één keer. Voor de gezelligheid. Bezorgd zijn ze allang niet meer. Nou ja, eventjes: toen hij in het islamitische Gambia op vakantie ging. Maar gezond en wel keerde hij terug. Naar Brabant. Want daar brandt roze licht.

OVER GOD, GOLVEN EN GELUK

Raisa Sambo [30] | trainster in jongerenprojecten | Amsterdam en v/h Den Bosch

Op de rotsen van Curaçao vroeg ze goedkeuring aan de zee. Mocht ze van Lena houden? Het water, waarin haar vader tien jaar eerder was verdwenen, kolkte. Raisa [30] wist dat het een onstuimig ‘ja’ was. 

Twintig was ze, toen haar vader op zee verdween. Hij viste graag aan de noordkant van Curaçao, waar het water vaak wild is. Daar vang je veel, wist hij. Op een dag in 2007 nam de zee meer dan ze in de regel geeft. Sinds die tijd is Raisa’s vader vermist. Weliswaar is hij vertrokken naar The Other Side, waar nooit een ansichtkaart vandaan komt, maar zij weet hem dichtbij. Voor raad en advies kan ze altijd bij hem terecht. In dat besef stond ze in 2015 op de hoge klippen van de Curaçaose kust. Samen met Lena, de liefde van haar leven. “Doen!”, riep de zee.

Kerk
In de jaren 70 kwamen haar Antilliaanse ouders voor hun studie naar Nederland. Ze bleven en streken neer in de Maaspoort in Den Bosch. Twee kinderen kregen ze – Raisa heeft nog een broer. Het gezin was gelovig. Aanvankelijk behoorden ze tot de rooms-katholieke kerk, later de evangelische gemeenschap. Wekelijks bezochten ze de mis. Op haar twaalfde kreeg Raisa vriendschap met de vijftienjarige dochter van de dominee. Het was intens en groeide in stilte uit tot meer.

‘Alles wat u doet, moet u met liefde doen’, stelt 1 Korintiërs 16:14 onomwonden. Zelf vond Raisa de seksuele verkenningen in haar vriendschap onschuldig. Het had geen naam, geen woord. Tot haar moeder zonder oordeel vroeg: “Ben jij lesbisch?” Raisa schrok zich wild. Een vies woord, vond ze. Niemand die zo was. Een telefonisch geraadpleegde nicht, die Raisa bezwoer om niets met zulke gevoelens te doen, vormde de nekslag. Vanaf die dag begon haar zelfontkenning.

Sint Maarten
Maar het getijdenboekje van de ziel duldt niet eeuwig eb. Raisa voelde dat het verlangen groeide. Ze verhuisde naar Amsterdam. Pas na een relatie met een man en de vertwijfeling of ze misschien biseksueel was, leerde ze volop van vrouwen genieten. Wat haar kracht gaf, was de onvoorwaardelijke steun van haar moeder. Vanaf Raisa’s coming out is zij een toeverlaat – uniek voor de Antilliaanse gemeenschap.

“Toch was er altijd een voorbehoud in relaties. Alsof ik de ware nog moest ontdekken.” Dat klopte. De ware leefde aan de andere kant van de wereld. Op Sint Maarten. In de lente van 2015 ontmoette ze Lena op dat eiland. Langzaam groeide diepe genegenheid. Met een voetnoot: op Sint Maarten vindt homoseksualiteit weinig genade in de ogen van de bevolking. Extra complicatie: Lena gaf les op een christelijke school. Uit eigen beweging nam ze ontslag.

Kracht
Sinds zomer 2016 wonen ze samen in Amsterdam. Ze zijn gelukkig. Ooit willen ze op de Antillen een leef- en leergemeenschap voor jongeren opzetten. Raisa is nog altijd gelovig. Vrijwel elke dag kijkt ze online naar gebedsdiensten van TD Jakes, voorganger van een baptistengemeenschap in Texas. Enerzijds is Raisa er diep van overtuigd dat God de vrouwenliefde niet afwijst. Anderzijds blijft ze geloof en seksuele diversiteit een ongemakkelijke combinatie vinden. “Maar ik ben ooit m’n eigen zoektocht begonnen. Daar ga ik mee verder. Die kracht voel ik. Ik hoop dat meisjes en vrouwen die zich in mijn verhaal herkennen diezelfde kracht beleven.”

LIEFDE OVERTREFT PRIEMGETALLEN

Tom Broeren [25] | projectmanager call center | Den Bosch

Hij is boogschutter. Maar ook buiten de astrologie sport hij. Hardlopen, mountainbiken, zwemmen. Solistische bezigheden, al zou Tom Broeren [25] zijn lange adem graag willen delen. Dag en nacht. “Ik geloof in liefde tot de dood.” 

Hij sport uit lijfsbehoud, in dubbele betekenis. Fysiek om zijn goede conditie te houden. Geestelijk om zich van onrust te verlossen. Hij heeft vaak te veel energie: “Als kind was ik zo druk dat ik medicatie nodig had om op school te kunnen blijven. Bij overschakeling op een ander medicijn kwam die drukte hard terug. Ik was veertien. Spinning bleek de oplossing: hard fietsen zonder op de wereld te hoeven letten.” Twee jaar later stapte hij op een mountainbike. Even van Den Bosch naar Nijmegen en omgeving. “Wat heuvels pakken.” Nog steeds ragt hij graag tegen hellingen op. Leve de Cauberg.

Tegenvoeter
Ook maatschappelijk klimt hij. Na zijn gymnasium voltooide hij hbo bedrijfskunde in minder dan vier jaar. Cum laude. Lachend: “Geef me een bak cijfers in een Excel-bestand en ik analyseer ze. Mijn geluksgetal? Lange tijd zeven, maar tegenwoordig drieëntachtig. Ja, allebei zijn ze enkel deelbaar door één en zichzelf.” Dat maakt zulke priemgetallen ook eenzaam, stelt de Italiaanse schrijver Paolo Giordano in zijn bejubelde roman. Zou Tom, die single is, lusten en lasten met iemand willen delen? Jazeker, dat zou zijn geluk kwadrateren. Twee jaar geleden kwam het zelfs binnen handbereik. Een liefde kiemde, voor een jongen die in veel zaken Toms tegenvoeter was: hij blowde, griezelde van sport. Toch vonden ze elkaar. De afloop?

Wederkerig
Even een terugblik. Op zijn veertiende vertelt Tom zijn ouders dat hij van jongens houdt. Zijn moeder is enthousiast. “Ik steun je”, zegt ze. Tom hoort de onvoorwaardelijkheid in haar stem. Zijn moeder kampt met lichamelijke en geestelijke beperkingen; Tom helpt haar vaak. Huishouden, boodschappen, rolstoel duwen. In wederkerigheid kan zij nu haar zoon steunen. Zijn vader? Die zwijgt. “Hij denkt dat homoseksualiteit niet bestaat”, zegt Tom. Haast vergoelijkend: “Hij is katholiek en streng opgevoed.” Voor zijn vader is homoseksualiteit iets uit een roze parallel universum. Dat het hier op aarde zou bestaan, is niet voorstelbaar. Dat ontdekt Tom: zijn vriend-in-wording verbreekt plotseling elk contact. Hij heeft het sterke vermoeden dat zijn vader beschadigende informatie met de jongen heeft gedeeld.

Nu is hij weer single. Cafés en clubs afstropen is zijn feestje niet. Liever geeft hij les in zumba, bodyshape en spinning. Dat doet hij wekelijks in Vught. Het verzet de zinnen, houdt hem fit. “In de gayscene geldt dat je er goed uit moet zien. Je verliest aan marktwaarde als je geen sixpack hebt. Maar voor mij is dat niet de reden om te sporten. In de liefde gaat het mij om iemands innerlijk. Dat meen ik echt.”

Rekenmachine
Zijn vader ziet hij nog vrijwel wekelijks. Het merkwaardige einde van zijn eerste liefde hebben ze nooit besproken. Misschien komt dat ooit nog. Tom herinnert zich een telapparaat van zijn vader. Zo’n rekenmachine waar een rol papier uit krulde. “Als kind zat ik daar vaak op te spelen. Dan tikte ik cijfers. Onder elkaar. Het begon met één, dan twee, dan drie et cetera.” Tom hield van doorgaan; de langste getallenreeks liep tot in de zesentwintigduizend. Maar de tijd is voorbij dat Tom beschutting zocht bij meters papier met priemgetallen. Hij is klaar om te delen. Nu zijn vader nog.

ZOÉ EN HET ROZE VIERKANT

Zoé Beekes [19] | studente film | Amsterdam en Den Bosch

Haar vader is de broer van een van haar moeders. Verwarrend? Welnee, Zoé is Zoé. Een geweldig meisje dat niet snel om een vader of moeder verlegen zit. Ze heeft er vier. “Ik heb nooit het verlangen naar een ‘normale’ familie gehad.” 

Zoé is negentien. Haar van oorsprong Griekse naam betekent leven. Geen tekort daaraan: ze danst, viert, hockeyt, tekent, maakt muziek. Ook aan zorg ontbreekt het haar niet. Als Zoé bij bezoek aan haar ouderlijk huis iets kwijt is, roept ze keihard ‘Mááháááám!’ Dan zoeken vier ogen mee. Haar ene moeder heet Joke. Die werkt bij de gemeente Utrecht. De andere moeder is Birgitta, grafisch vormgever/ontwerper. Begin jaren 90 ontstond hun liefde. Al snelde groeide ook een kinderwens. Eind jaren negentig was het helder: Eduard, een van de zes broers van Birgitta, zou de vader worden. Hij is kunstenaar in Amsterdam. Zijn lief is de Zwitserse choreograaf Martino, met wie hij samenwoont. Op 27 juli 1999 liet het leven van zich horen. Zoé werd geboren. Twee trotse moeders, twee trotse vaders.

Coupé
Ze groeide hoofdzakelijk bij haar moeders in het Bossche kerkdorp Engelen op. Gemiddeld één keer in de maand logeerde ze bij Eduard en Martino in Amsterdam. Vier opvoeders, die geen roze driehoek maar een roze vierkant vormen. Voor Zoé is het zo vanzelfsprekend dat ze amper stilstaat bij de niet-alledaagsheid ervan. Een herinnering: “Als klein kind zat ik met m’n moeder in de trein naar Amsterdam. In de coupé begon ik hardop te vertellen dat m’n pappa de broer van m’n mamma is et cetera.” De zoekende noodremblik van haar moeder ging volledig aan haar voorbij. Nog altijd kan Zoé het vreemd vinden als haar moeders aarzelen om op straat hand in hand te lopen. “Voor mij is het zó logisch. Ik ben opgegroeid in een accepterende homo-omgeving. Maar ja, ik hoef ook niet bang te zijn voor opmerkingen van anderen.”

Op vrouwen?
Bij vrienden en vriendinnen roept haar oudersituatie vaak een combinatie van verwondering en enthousiasme op. Afwijzing komt ze niet tegen. Wel proeft ze lichte aarzeling bij jongeren die in de islam geloven. Ook kan het haar soms vermoeien dat ze als autoriteit op het gebied van seksuele geaardheid wordt gezien. “Als in de mentorklas iemand vroeg of LHBTQ erfelijk is, dan voelde ik alle ogen op me. Niet zo fijn. Dan voelde ik me bijna verplicht om antwoord te geven.”

Regelmatig heeft ze van een meisje – nooit van een jongen – de vraag gekregen of zij óók op vrouwen valt. Telkens gaf Zoé hetzelfde antwoord: “Euh, nee. Maar mocht het zo zijn, dan ben ik niet bang om ervoor uit te komen. Ik zou het ook niet vervelend vinden als een lesbisch meisje me leuk zou vinden. Dat zou ik vooral als een compliment zien.”

In de regel kan ze het goed vinden met jongens. Toch een kanttekening: “Ik ben vaak wantrouwender naar jongens en mannen dan naar vrouwen. Ik weet minder goed hoe ze denken en voelen. Omdat ik met twee moeders woonde, is de jongenswereld onbekender voor me.”

Denemarken
Voorlopige epiloog: na haar eindexamen heeft Zoé een jaar op het European Film College in Arhus gezeten. Dat Deense jaar leverde haar dubbel geluk op: vriendje Rasmus en nog meer passie voor film. Nu studeert ze aan de Nederlandse Filmacademie. Haar droom: een psychologisch filmdrama, waarin van alles gebeurt. “Eentje die echt binnenkomt, die ontroert, die raakt.” Zo te horen autobiografisch. Once in your theatre: The Life Of Zoé.


Yell & Yonkers (2009) is een bureau voor grafische vormgeving, illustraties, fotografie, websites en applicaties.
www.yellenyonkers.nl

Share