Interview met Mike van der Geld (Lijsttrekker D66)

‘Den Bosch heeft glitters nodig’ 

Tijdens het debat over “Regenboog of queerstad ’s-Hertogenbosch” konden we rekenen op een grote vertegenwoordiging Bossche politici. Een van de aanwezige politici was Mike van der Geld van D66. We nodigden hem uit aan onze tafel en voelden hem – nog voor het debat begon – uitgebreid aan de tand over het LHBTIQA+-beleid in Den Bosch. 

Vertel, wat brengt je hier? 

“Nou, ik ben natuurlijk uitgenodigd. Toen hebben we binnen de partij afgestemd wie er naar dit debat zou gaan. Dat was dit keer vrij makkelijk, omdat ik wethouder diversiteit én lijsttrekker ben. Daarnaast ben ik onderdeel van de ‘doelgroep,’ dus dat maakt dat dit onderwerp mij extra raakt. Verder vind ik het interessant dat dit debat minder ‘debat’ is en meer een ‘gesprek’ over wat we de komende vier jaar gaan doen. Ik hoop vooral de aandachtspunten voor de komende vier jaar op te halen.” 

Je behoort zelf tot de ‘doelgroep,’ hoe zou jij de huidige situatie rondom de community beschrijven?
“Al met al zie ik wel verbreding. Het COC heeft zichzelf door de jaren heen écht ontwikkeld. Daarnaast zie ik ook nieuwe initiatieven ontstaan. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Trek Iets Leuks Uit, dat totaal andere mensen aanspreekt en nieuw elan geeft. Dat is wat Den Bosch nog te weinig heeft: Den Bosch heeft glitters nodig. Opkloppen en afstoffen, we moeten laten zien hoe veelzijdig de stad is. We moeten het thema zichtbaar maken én uitdragen. Niet alleen als gemeente, maar met z’n allen. Als ambassadeur.” 

Je hebt voorafgaande aan dit evenement tien stellingen ontvangen, welke sprong er voor jou uit?
“De stelling over kunstenaars viel me op. Natuurlijk mogen kunstenaars activistisch zijn. Ik ben van mening dat de gemeente zich niet te veel moet bemoeien met de inhoud.”

Duidelijk punt, en waar zou je zelf het liefst meteen mee aan de slag gaan?

“Met hetgeen waar de gemeente zelf over gaat. Van loketten tot de manier waarop wij mensen aanspreken, dat vind ik op het eerste gezicht het belangrijkst. Toen ik ging trouwen, sprak de trouwambtenaar over ‘meneer en mevrouw’ in plaats van ‘meneer en meneer.’ De heteronorm is normaal en we hebben te weinig aandacht voor ‘andere’ vormen van samenleven en samenwonen. Gemeente-breed moeten we het gesprek op gang blijven houden. Overigens geldt ook buiten de gemeente dat het belangrijk is om elkaar aan te blijven spreken en om het goede voorbeeld te geven.”

Hoe zie je de rol van de gemeente als het gaat om ‘het gesprek op gang houden?’

“Dat kan door gesprekken op gang te laten brengen door instellingen als Huis73 of door gesprekken die we met het COC voeren. Daarnaast ook door leraren te ondersteunen, zodat zij de juiste gesprekken met hun leerlingen kunnen voeren. Datzelfde geldt voor sportclubs.  Daar moeten we bijvoorbeeld zorgen dat er überhaupt ruimte is om in gesprek te gaan. Zonder te veralgemeniseren, er is toch nog steeds een machocultuur.”

En verder?

“Wij als politici hebben een voorbeeldfunctie. Ik vind dat we ons daar nog meer van bewust moeten zijn. Kom je zelf uit de community? Praat daar dan over! Sommige politici doen er bescheiden over als in ‘het doet er niet toe,’ maar dat doet het wel! Juist kinderen hebben voorbeelden nodig.”

Tenslotte, is het Queer- of Regenboogstad Den Bosch? 

“Over het algemeen heb ik wat moeite met labeltjes. Daarentegen is taal erg belangrijk, dus ben ik van mening dat we er zeker wat mee moeten doen. Als je mij op de man af vraagt welke van de twee termen het moet zijn, kies ik toch voor Queerstad Den Bosch. Dat is dan toch inclusiever.” 

Share